Schulensmeer Demerstraat 60 3560 Lummen T 013 44 12 37 E info@schulensmeer.be

Op zoek naar de bever

Wist je dat er een bever actief is in het Schulensbroek? Rondom het Schulensmeer heeft hij al veel wandelaars verrast met zijn sporen. Je kan hem vanaf nu 'in levende lijve' bewonderen in het bezoekerscentrum.

Opgezette bever aan het Schulensmeer

Sinds 2016 wordt de bever regelmatig door vissers en aandachtige waarnemers gespot aan het Schulensmeer. In 2017 werd een jonge bever doodgereden vlakbij de Velkermolen aan de Demer. Natuurpunt Vrienden van het Schulensbroek vzw kreeg via Koen Luts de dode bever in handen en liet het dier opzetten door taxidermist Philippe Gerard.

Op 4 maart 2018 werd de opgezette bever tijdens een officiële plechtigheid door voorzitter Piet Rymen geschonken aan Luc Wouters, voorzitter van de Opdrachthoudende Vereniging Schulensmeer. Er werd een programma uitgewerkt om de bever te verwelkomen. Paul Peeters, natuurgids en medebestuurder van de Vrienden van het Schulensbroek, gaf aan de hand van de opgezette bever een inleiding over de bouw en het leven van de bever waarna hij de geïnteresseerden meenam om samen te zoeken naar knaagsporen van de bever in zijn leefgebied aan het Schulensmeer. De kleuters gingen op ontdekkingstocht met bever Bas en de oudere kinderen konden zich creatief uitleven met Castor de bever. Het opgezette exemplaar is sindsdien te bewonderen in het bezoekerscentrum Schulensmeer.


Beverweetjes

  • Bevers zijn na 3 jaar volwassen en bereiken dan een lengte van 1,30 meter (van kop tot staart) en een gewicht van 20 tot 30 kg. De afgeplatte staart met, niet overlappende schubben, is dan ongeveer 30 cm lang. Zijn pels heeft tot 23.000 haren per cm². Die mooie dichte pels was één van de redenen dat de bever intensief werd bejaagd.
  • De neusgaten, ogen en oren liggen op één lijn zodat ze tijdens het zwemmen mooi boven water blijven en bevers de drie zintuigen kunnen blijven gebruiken. Bevers zijn in alles aangepast aan het leven in het water. Daardoor dacht men in de middeleeuwen dat de bever een vissoort was en kon men toch vlees eten op vrijdag.
  • De beverneus is het best ontwikkeld. Ze communiceren via geurvlaggen die ze met hun staartklier uitzetten. Ze ruiken hun belagers en controleren de kwaliteit van hun plantaardig voedsel (boomschors en -twijgen; waterplanten) met de neus. Ze weten dankzij deze efficiënte neus feilloos hun favoriete bomen te vinden.
  • De ogen zijn klein, maar wel voorzien van een doorzichtig knipvlies dat het oog beschermt, maar het toch mogelijk maakt om onder water te kijken. Ze kunnen tot 15 minuten onder water blijven, doch meestal duiken ze niet langer dan een paar minuten.
  • Bevers kunnen onder water aan takken knagen omdat de wang en lippen doorlopen in een soort flappen waarmee de mond tussen de eeuwig groeiende snijtanden en de maaltanden kan worden afgesloten.
  • Hun voorpoten zijn klein en zeer beweeglijk. Ze gebruiken ze o.a. om takken vast te houden en jongen te dragen. De achterpoten echter zijn veel groter met vliezen tussen de tenen. Het zijn echte zwemvliezen waarvan in de modder soms de afdrukken te zien zijn. Eén teen van de achterpoot heeft twee nagels die de bever als kam gebruikt bij het verzorgen van de vacht.
  • Mannetjes en vrouwtjes zijn even groot en doordat ze geen uitwendige, maar inwendige geslachtsorganen hebben die samen met de geurklieren in de cloaca uitkomen, kunnen we ze ook niet daaraan onderscheiden. Hun blindedarm is zeer groot omdat hierin bacteriën zitten zoals in de maag van een koe. Deze bacteriën breken het celluloserijke voedsel af, maar doordat dit achter de darm gebeurt moet de bever net als het konijn zijn eerste uitwerpselen terug opeten om er de vitaminen en mineralen uit te kunnen halen.

De bever is bij het grote publiek vooral bekend omdat ze bomen - aan het Schulensmeer voornamelijk wilgen - omknagen en dammen bouwen. Aan het Schulensmeer bouwen ze geen dammen omdat het water in hun leefgebied hier overal minimum 68 cm diep is. Dit bleek o.a. uit het doctoraat van Kristijn Swinnen, doctor in de biologie.

Paul Peeters, natuurgids en bestuurder Natuurpunt Vrienden Schulensbroek vzw I